dinsdag 1 november 2011

Karma en Grimm


De bijenkoningin
De gebroeders Grimm - KHM 062


Twee koningszonen waren eens op avontuur uit. Ze kwamen temidden van woest levende mensen terecht, zodat ze helemaal niet meer thuis kwamen. De jongste die Domoor heette, trok weg om zijn broers te zoeken: maar toen hij ze eindelijk gevonden had, bespotten ze hem, omdat hij zich met z’n simpelheid de wereld door wilde slaan, terwijl zij tweeën er geen uitweg in vonden, terwijl ze toch zoveel slimmer waren.

Ze trokken nu met z’n drieen verder en kwamen bij een mierenhoop. De twee oudsten wilden hem afgraven en kijken hoe die kleine mieren in hun angst rondkropen en hun eieren wegdroegen. Maar Domoor zei: "Laat die dieren toch met rust, ik kan niet hebben dat je ze stoort."

Nu gingen ze verder en kwamen bij een meer. Daarop zwommen heel veel eenden. De twee broers wilden er een paar vangen en braden, maar dat wilde Domoor niet en zei: "Laat die dieren toch met rust, ik wil niet dat je hen doodt!"

Eindelijk kwamen ze bij een bijennest. Daarin was zoveel honing, dat het bij de stam naar beneden liep. De twee wilden vuur onder aan de boom aanleggen en de bijen verstikken, zodat ze de honing konden wegnemen. Maar Domoor hield hen er weer af en zei: "Laat die dieren toch met rust, ik wil niet dat jullie hen verbranden."

Eindelijk kwamen de drie broers bij een slot. In de stallen stonden niets dan stenen paarden, er was ook geen mens te zien; en ze gingen alle zalen door. Tenslotte kwamen ze bij een deur aan het eind, daar hingen drie hangsloten voor, maar midden in de deur was een luikje, daar kon je de kamer mee in zien. Daar zagen ze een grauw mannetje aan tafel zitten. Ze riepen hem toe; eenmaal, tweemaal. Hij hoorde hen niet, maar toen ze de derde maal riepen, stond hij op, opende de sloten en kwam naar buiten. Hij zei geen woord, maar leidde hen naar een rijkbeladen tafel. Nadat ze gegeten en gedronken hadden, leidde hij ieder naar een eigen slaapvertrek. De volgende morgen kwam het grauwe mannetje bij de oudste broer, wenkte hem en leidde hem naar een stenen opschrift. Daarop stonden drie voorwaarden, waardoor het slot kon worden verlost. De eerste opgaaf was: in het bos, onder ‘t mos, lagen de parels van de prinses, duizend in totaal; die moesten gezocht worden, en als er voor zonsondergang één enkele parel ontbrak, dan werd degeen die gezocht had, onherroepelijk tot steen.

De oudste ging erheen en zocht de hele dag door, maar toen de dag ten einde liep had hij er pas honderd gevonden. Het gebeurde zoals op dat bord stond: hij werd in steen veranderd. De volgende dag ondernam de tweede broer het avontuur: maar het ging hem niet veel beter dat de oudste; hij vond niet meer dan tweehonderd parels en werd in steen veranderd.

Maar eindelijk kwam Domoor aan de beurt, hij zocht in het mos, maar het was moeilijk, de parels te vinden en ‘t ging zo langzaam. Hij ging op een grote steen zitten en de tranen liepen hem langs de wangen van moedeloosheid. Terwijl hij daar zo zat, kwam de koningin van de mieren, die hij eens in leven gelaten had, met vijfduizend mieren. Het duurde niet lang, of de diertjes hadden alle parels gevonden en op een hoop gelegd.

De tweede taak was, de sleutel voor de slaapkamer van de prinses uit het meer te halen. Toen Domoor bij het meer kwam, zwommen de eenden, die hij eens had gered, naar hem toe, doken onder, en haalden voor hem de sleutel van de bodem van ‘t meer.

De derde opgaaf was de allermoeilijkste: van de drie slapende dochters van de koning moest de jongste en liefste worden gezocht. Maar ze leken sprekend op elkaar en waren in niets te onderscheiden, behalve dat ze voor het inslapen verschillend suikergoed hadden gegeten. De oudste een klontje suiker, de middelste wat stroop, de jongste een lepel honing. Daar kwam de bijenkoningin aan, van die bijen die Domoor beschermd had tegen een rokend vuur. Ze proefde van alle mondjes, tenslotte bleef ze op de mond zitten, die honing gegeten had, en zo herkende de prins de jongste.

Toen was de betovering voorbij, alles was uit de slaap verlost, en wie van steen was geworden, werd weer een mens van vlees en bloed. En Domoor trouwde met de jongste en liefste van de prinsessen, en na de dood van hun vader was hij het, die koning werd, en zijn broers trouwden met de beide andere zusters!


EINDE

woensdag 26 oktober 2011

A Silicon Valley School That Doesn’t Compute


A Silicon Valley School That Doesn’t Compute






LOS ALTOS, Calif. — The chief technology officer of eBay sends his children to a nine-classroom school here. So do employees of Silicon Valley giants like Google, Apple, Yahoo and Hewlett-Packard.
But the school’s chief teaching tools are anything but high-tech: pens and paper, knitting needles and, occasionally, mud. Not a computer to be found. No screens at all. They are not allowed in the classroom, and the school even frowns on their use at home.
Schools nationwide have rushed to supply their classrooms with computers, and many policy makers say it is foolish to do otherwise. But the contrarian point of view can be found at the epicenter of the tech economy, where some parents and educators have a message: computers and schools don’t mix.
This is the Waldorf School of the Peninsula, one of around 160 Waldorf schools in the country that subscribe to a teaching philosophy focused on physical activity and learning through creative, hands-on tasks. Those who endorse this approach say computers inhibit creative thinking, movement, human interaction and attention spans.
The Waldorf method is nearly a century old, but its foothold here among the digerati puts into sharp relief an intensifying debate about the role of computers in education.
“I fundamentally reject the notion you need technology aids in grammar school,” said Alan Eagle, 50, whose daughter, Andie, is one of the 196 children at the Waldorf elementary school; his son William, 13, is at the nearby middle school. “The idea that an app on an iPad can better teach my kids to read or do arithmetic, that’s ridiculous.”
Mr. Eagle knows a bit about technology. He holds a computer science degree from Dartmouth and works in executive communications at Google, where he has written speeches for the chairman, Eric E. Schmidt. He uses an iPad and a smartphone. But he says his daughter, a fifth grader, “doesn’t know how to use Google,” and his son is just learning. (Starting in eighth grade, the school endorses the limited use of gadgets.)
Three-quarters of the students here have parents with a strong high-tech connection. Mr. Eagle, like other parents, sees no contradiction. Technology, he says, has its time and place: “If I worked at Miramax and made good, artsy, rated R movies, I wouldn’t want my kids to see them until they were 17.”
While other schools in the region brag about their wired classrooms, the Waldorf school embraces a simple, retro look — blackboards with colorful chalk, bookshelves with encyclopedias, wooden desks filled with workbooks and No. 2 pencils.
On a recent Tuesday, Andie Eagle and her fifth-grade classmates refreshed their knitting skills, crisscrossing wooden needles around balls of yarn, making fabric swatches. It’s an activity the school says helps develop problem-solving, patterning, math skills and coordination. The long-term goal: make socks.
Down the hall, a teacher drilled third-graders on multiplication by asking them to pretend to turn their bodies into lightning bolts. She asked them a math problem — four times five — and, in unison, they shouted “20” and zapped their fingers at the number on the blackboard. A roomful of human calculators.
In second grade, students standing in a circle learned language skills by repeating verses after the teacher, while simultaneously playing catch with bean bags. It’s an exercise aimed at synchronizing body and brain. Here, as in other classes, the day can start with a recitation or verse about God that reflects a nondenominational emphasis on the divine.
Andie’s teacher, Cathy Waheed, who is a former computer engineer, tries to make learning both irresistible and highly tactile. Last year she taught fractions by having the children cut up food — apples, quesadillas, cake — into quarters, halves and sixteenths.
“For three weeks, we ate our way through fractions,” she said. “When I made enough fractional pieces of cake to feed everyone, do you think I had their attention?”
Some education experts say that the push to equip classrooms with computers is unwarranted because studies do not clearly show that this leads to better test scores or other measurable gains.
Is learning through cake fractions and knitting any better? The Waldorf advocates make it tough to compare, partly because as private schools they administer no standardized tests in elementary grades. And they would be the first to admit that their early-grade students may not score well on such tests because, they say, they don’t drill them on a standardized math and reading curriculum.
When asked for evidence of the schools’ effectiveness, the Association of Waldorf Schools of North America points to research by an affiliated group showing that 94 percent of students graduating from Waldorf high schools in the United States between 1994 and 2004 attended college, with many heading to prestigious institutions like Oberlin, Berkeley and Vassar.
Of course, that figure may not be surprising, given that these are students from families that value education highly enough to seek out a selective private school, and usually have the means to pay for it. And it is difficult to separate the effects of the low-tech instructional methods from other factors. For example, parents of students at the Los Altos school say it attracts great teachers who go through extensive training in the Waldorf approach, creating a strong sense of mission that can be lacking in other schools.
Absent clear evidence, the debate comes down to subjectivity, parental choice and a difference of opinion over a single world: engagement. Advocates for equipping schools with technology say computers can hold students’ attention and, in fact, that young people who have been weaned on electronic devices will not tune in without them.
Ann Flynn, director of education technology for the National School Boards Association, which represents school boards nationwide, said computers were essential. “If schools have access to the tools and can afford them, but are not using the tools, they are cheating our children,” Ms. Flynn said.
Paul Thomas, a former teacher and an associate professor of education at Furman University, who has written 12 books about public educational methods, disagreed, saying that “a spare approach to technology in the classroom will always benefit learning.”
“Teaching is a human experience,” he said. “Technology is a distraction when we need literacy, numeracy and critical thinking.”
And Waldorf parents argue that real engagement comes from great teachers with interesting lesson plans.
“Engagement is about human contact, the contact with the teacher, the contact with their peers,” said Pierre Laurent, 50, who works at a high-tech start-up and formerly worked at Intel and Microsoft. He has three children in Waldorf schools, which so impressed the family that his wife, Monica, joined one as a teacher in 2006.
And where advocates for stocking classrooms with technology say children need computer time to compete in the modern world, Waldorf parents counter: what’s the rush, given how easy it is to pick up those skills?
“It’s supereasy. It’s like learning to use toothpaste,” Mr. Eagle said. “At Google and all these places, we make technology as brain-dead easy to use as possible. There’s no reason why kids can’t figure it out when they get older.”
There are also plenty of high-tech parents at a Waldorf school in San Francisco and just north of it at the Greenwood School in Mill Valley, which doesn’t have Waldorf accreditation but is inspired by its principles.
California has some 40 Waldorf schools, giving it a disproportionate share — perhaps because the movement is growing roots here, said Lucy Wurtz, who, along with her husband, Brad, helped found the Waldorf high school in Los Altos in 2007. Mr. Wurtz is chief executive of Power Assure, which helps computer data centers reduce their energy load.
The Waldorf experience does not come cheap: annual tuition at the Silicon Valley schools is $17,750 for kindergarten through eighth grade and $24,400 for high school, though Ms. Wurtz said financial assistance was available. She says the typical Waldorf parent, who has a range of elite private and public schools to choose from, tends to be liberal and highly educated, with strong views about education; they also have a knowledge that when they are ready to teach their children about technology they have ample access and expertise at home.
The students, meanwhile, say they don’t pine for technology, nor have they gone completely cold turkey. Andie Eagle and her fifth-grade classmates say they occasionally watch movies. One girl, whose father works as an Apple engineer, says he sometimes asks her to test games he is debugging. One boy plays with flight-simulator programs on weekends.
The students say they can become frustrated when their parents and relatives get so wrapped up in phones and other devices. Aurad Kamkar, 11, said he recently went to visit cousins and found himself sitting around with five of them playing with their gadgets, not paying attention to him or each other. He started waving his arms at them: “I said: ‘Hello guys, I’m here.’ ”
Finn Heilig, 10, whose father works at Google, says he liked learning with pen and paper — rather than on a computer — because he could monitor his progress over the years.
“You can look back and see how sloppy your handwriting was in first grade. You can’t do that with computers ’cause all the letters are the same,” Finn said. “Besides, if you learn to write on paper, you can still write if water spills on the computer or the power goes out.”


woensdag 5 oktober 2011

Ode aan Kurkuma

Wednesday 28 October 2009; British Journal of Cancer Press Release


MOLECULES found in curry ingredients have been shown to kill oesophageal cancer cells in the laboratory, reveals research published in the British Journal of Cancer today (Wednesday).
Scientists based at the Cork Cancer Research Centre treated oesophageal cancer cells with curcumin – a chemical found in the curry spice tumeric.

They found that curcumin started to kill cancer cells within 24 hours. The cells also began to digest themselves.


The results additionally showed that curcumin kills cells by triggering lethal cell death signals.

Dr Sharon McKenna, lead study author, based at the Cork Cancer Research Centre, University College Cork, said:
“These exciting results suggest scientists could develop curcumin as a potential anti-cancer drug to treat oesophageal cancer.
“Scientists have known for a long time that natural compounds have the potential to treat faulty cells that have become cancerous and we suspected that curcumin might have therapeutic value. Dr Geraldine O’Sullivan-Coyne, a medical researcher in our lab had been looking for new ways of killing resistant oesophageal cancer cells. She tested curcumin on resistant cells and found that they started to die using an unexpected system of cell messages.”
Normally, faulty cells die by committing programmed suicide – or apoptosis – which occurs when proteins called caspases are ‘switched on’ in cells. But these cells showed no evidence of suicide and the addition of a molecule that inhibits caspases and stops this ‘switch being flicked’, made no difference to the number of cells which died. This suggested that curcumin attacked the cancer cells using an alternative cell signalling system.
Each year around 7,800 people are diagnosed with oesophageal cancer in the UK - around 160 of these are in Northern Ireland. Less than 20 per cent of people survive oesophageal cancer beyond five years. It is the sixth most common cause of cancer death and accounts for around five per cent of all UK cancer deaths.
Dr Lesley Walker, director of cancer information at Cancer Research UK, said: “This is interesting research which opens up the possibility that natural chemicals found in tumeric could be developed into new treatments for oesophageal cancer.

“Rates of oesophageal cancer rates have gone up by more than a half since the 70s and this is thought to be linked to rising rates of obesity, alcohol intake and reflux disease so finding ways to prevent this disease is important too.”



Molecular Diagnostics

British Journal of Cancer (2009) 101, 1585–1595. doi:10.1038/sj.bjc.6605308 www.bjcancer.comPublished online 6 October 2009

Curcumin induces apoptosis-independent death in oesophageal cancer cells

Background:Oesophageal cancer incidence is increasing and survival rates remain extremely poor. Natural agents with potential for chemoprevention include the phytochemical curcumin (diferuloylmethane). We have examined the effects of curcumin on a panel of oesophageal cancer cell lines.

Methods:MTT (3-(4,5-dimethyldiazol-2-yl)-2,5 diphenyl tetrazolium bromide) assays and propidium iodide staining were used to assess viability and DNA content, respectively. Mitotic catastrophe (MC), apoptosis and autophagy were defined by both morphological criteria and markers such as MPM-2, caspase 3 cleavage and monodansylcadaverine (MDC) staining. Cyclin B and poly-ubiquitinated proteins were assessed by western blotting.

Results:
Curcumin treatment reduces viability of all cell lines within 24h of treatment in a 5–50μM range. Cytotoxicity is associated with accumulation in G2/M cell-cycle phases and distinct chromatin morphology, consistent with MC. Caspase-3 activation was detected in two out of four cell lines, but was a minor event. The addition of a caspase inhibitor zVAD had a marginal or no effect on cell viability, indicating predominance of a non-apoptotic form of cell death. In two cell lines, features of both MC and autophagy were apparent. Curcumin-responsive cells were found to accumulate poly-ubiquitinated proteins and cyclin B, consistent with a disturbance of the ubiquitin–proteasome system. This effect on a key cell-cycle checkpoint regulator may be responsible for the mitotic disturbances and consequent cytotoxicity of this drug.

Conclusion:Curcumin can induce cell death by a mechanism that is not reliant on apoptosis induction, and thus represents a promising anticancer agent for prevention and treatment of oesophageal cancer.

Kurkuma op Wikipedia (NL)

donderdag 29 september 2011

'Vrouw zonder angstgevoelens onderzocht'

AMSTERDAM – Amerikaanse wetenschappers hebben een nieuwe studie gepubliceerd over een vrouw die geen gevoelens van angst kent.



De vrouw die alleen wordt aangeduid met de initialen 'S.M.', vertoont geen enkele schrikreactie tijdens het kijken naar horrorfilms of confrontaties met roofdieren. Ook voelde ze geen angst toen ze op 15-jarige leeftijd met een mes werd bedreigd door een drugsverslaafde.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Iowa in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology.

“De door ons onderzochte vrouw raakte niet in paniek toen een drugsverslaafde haar ’s avonds in een park een mes tegen haar keel zette”, verklaart hoofdonderzoeker Justin Feinstein op Discovery News.

“In plaats daarvan keek ze de man rustig aan en zei ze vriendelijk: ‘dan zul je met God’s engelen te maken krijgen’. Die reactie maakte de man zo bang dat hij haar liet gaan.”

Het incident maakte maar weinig indruk op S.M. “De volgende avond liep ze gewoon weer een rondje door hetzelfde park, zonder angst”, aldus Feinstein.

Ziekte
S.M. lijdt aan een genetische ziekte die heeft gezorgd voor beschadiging van haar amygdala. Dit hersendeel koppelt emoties aan informatie die afkomstig is van zintuigen.

Het onderzoek naar de naar de afwezigheid van angstgevoelens bij de vrouw suggereert volgens de wetenschappers dat de amygdala onmisbaar is bij de ontwikkeling van angst in het menselijk brein.

De onderzoekers kwamen tot hun conclusies door de vrouw tijdens experimenten bloot te stellen aan zo veel mogelijk situaties die normaal gesproken angstgevoelens oproepen bij mensen.

Spookhuis
Zo lieten ze S.M. kijken naar horrorfilms, namen ze haar mee naar spookhuizen en confronteerden ze haar met spinnen en slangen. De vrouw liet geen enkel teken van angst zien. In het spookhuis maakte ze zelfs één van de acteurs aan het schrikken, omdat ze zijn kostuum uit nieuwsgierigheid aanraakte.

“Dit geval laat zien waarom we een amygdala nodig hebben”, aldus Feinstein. De wetenschapper gelooft dat verder onderzoek naar de functie van het hersendeel mogelijk kan leiden tot nieuwe behandelingen van mensen met angststoornissen.

Behandeling
Uit eerdere studies is al gebleken dat soldaten met hersenbeschadiging in de amygdala minder kans hebben op de ontwikkeling van post-traumatische stress. “Mogelijk kunnen er medicijnen worden ontwikkeld om de invloed van de amygdala te beperken", aldus Feinstein.

"We suggereren natuurlijk niet om bij iedereen dit hersendeel te verwijderen. Dan zouden er straks miljoenen mensen zonder angstgevoelens rondlopen”, aldus de onderzoeker.


Capital Punishment - Edward Earl Johnson

In de tijd dat ik in les gaf op het Nicolaaslyceum toonde ik een documentaire (Fourteen days in May) over Edward Earl Johnson. Schuldig of niet schuldig, de documentaire toont de waanzin van de doodstraf en de kracht van de vergeving.

Edward Earl Johnson was put in death row when he was eighteen. A documentary was made when he was twenty-six, called “fourteen days in May.” Edward claimed all along that he was innocent yet he was still executed. The documentary showed he had lived for eight years at the Parchment state penitentiary, Mississippi (death row.) Edward was put to death row for the attempted rape of an elderly white woman and the murder of a white Marshall. The documentary tried to show his innocence, the process of this is what this essay will be about. The opening scenes from the documentary showed the Parchment State Penitentiary. You saw a large building inside of barbwire (sharp enough to have sliced you to bits). Inside of the building were hundreds of doors separated by metal doors. When you saw the prisoners cells, all of the prisoners were all standing with there hands reached out by which the camera tried to emphasise the point of “slavery.” You saw shots of the gas chamber, inside sat the chair Edward died in, with the belts that strapped him in. It showed most of the staff treating the prisoners like slaves, you see them working in lines digging in the fields with the staff watching over them on their horses with their whips. This just showed how little things have changed since slavery. A pep talk that the superintendent gave to workers about “off colour remarks” proves that there was racism at the Parchment Sate Penitentiary. The documentary showed many of the interviews. The interview with Edward was long and detailed (behind bars, as was most of the interviews with him) so he could give his side of the story: Edward said that eight years ago when he was first taken to the police station for an identification parade, the woman of the attempted rape said that she knew him and it was not him because it did not look like the guy who did it. He was then asked a few days later to take a lie detector test in Jackson which was a few miles away from his home town. According to Edward, the white Marshall’s stopped the van on a quiet country road, put a gun to his head and said that if he didn’t confess into the tape recorder, they would say they had shot him because he had tried to escape. The way Edward said all this made him look innocent. The look on his face was distressed and he was uncomfortable. There were other interviews with Edwards fellow inmates. These interviews made them look gentle, thoughtful, intelligent people who believed in Edward’s innocence. Not one interview was with a person that claimed Edward was guilty except the superintendent. This interview was quite short. It took place in a car, so it was noisy which prevented it from having the atmosphere Edward’s interview had. Pictures of Edward made him out to be a kind, loving person who certainly did not deserve to die. The camera showed him playing chess, which indicated he was intelligent. They showed him playing basketball, which indicated he was fit and sporty. And they showed Edward with his family, which indicated he was a loving man who was devoted to his family. All the time the documentary was putting a message across which basically said that a whole community was being bullied, that all black people were oppressed and oppression was built into their consciences. As the last few days of Edward’s life came closer, the camera crew showed more detail about the way he was feeling and the process of the legal killing. Most of the staff spoke about how they were going to miss him and the way they had got closer to him over the years. Edward’s inmates spoke of how they were going to miss him and that he was innocent and did not deserve to die. The staff at Parchment State Penitentiary started to test the gas that they were going to kill Edward with. They tested it on rabbits. You saw the rabbits distressed. It was awful. You also saw a real human being strapped to the seat and being locked in the gas chamber. This was to make sure the belts were secure and the heart rate and computer all worked. There was a man standing outside the door shouting to the man in the chair “You’re gonna die,” and “how does it feel to know you’re gonna die in a few minutes?” The men looked as though they thought of it as one big joke. The whole process was really sick. It seemed so cold and inhumane. On the day of Edwards’s execution, Edward was moved to a cell where he could be kept an eye on more easily. This man, Edward Earl Johnson was going through mental hell, yet he was remaining extremely calm. The staffs were a little worried about his sanity. His family visited him for the last time. They all spoke to him normal; they ate shrimp, which apparently Edward had never had. Every last thing to try and prove Edwards’s innocence was done then, so many points were raised. A phone call, which meant life or death for Edward, showed on his face that it was bad news. Everybody was upset. They all spoke their final words to Edward. Even the superintendent was upset, which you could tell by his speech. The camera does a great job in catching the tension of these last moments making us sympathise with Edward, sharing his agony. As 12.00am got nearer, the atmosphere got more and more difficult. People began to get uncomfortable. Clive Stafford Smith, who was Edward’s lawyer, stayed with him right up until he went in the gas chamber. It was an emotional time for everyone and even the narrator of the documentary said his final words and wished him well from himself and the camera crew. Edward had a very strong belief in God and the reason why Edward was so calm before he died was because he believed he didn’t do anything wrong so therefore God was going to take him to a safe place once he was dead. Before he died he said he was glad it was all finally over and said he final goodbye. The camera really caught the emotion at this time and had many people with tears in their eyes. The emotion was there for a reason though. It really did make you wonder whether Edward Earl Johnson was guilty or not? After Edward had left to go into the gas chamber, the camera showed the building with all the lights on. The superintendent came out and said “Edward died at 12.06 this morning.” The interview was then showed with the superintendent answering questions about Edwards’s death. You could see here that even though the superintendent thought Edward was guilty, he was very upset and had trouble getting his words out. After the superintendent had spoken, Edwards’s lawyer, Clive Stafford Smith, came out and said to all the cameras and journalists: “It’s a sick world out there and everyone is calm and collected but I am telling you something. I am not calm and I am not collected.” The second documentary showed Clive Stafford Smith going back to Edwards home town to search for the truth. He believed that if he had tried to prove Edward’s innocence by attempting to find out who committed the crime rather than just saying he’s not innocent and trying to get him off the hook, he might of saved Edward from being executed. All through the second documentary there were flashbacks from the first documentary-“fourteen days in May.” This was just reminding viewers of the way he was treated and what he went through those eight years he was on death row. Clive rang Sally Franklin, the woman who someone (!) attempted to rape. Sally refused to speak to Clive, when she found out who he was, but she obviously did not want to bring up the subject, which was understandable. No white people commented on the Edward Earl Johnson case except one white juror. She said that the reason she voted for him to be executed was because he kept smiling! Clive interviewed a black juror who seemed to be quite senile. He said that even to this day he has believed that Edward was innocent but if he had voted for him to not to be executed, he might have had a visit from the klu klux klan. All the other black people that were interviewed all held back when it came to talking about the “white.” Here a serious picture is being formed about racism. Was Edwards’s trial a fair trial? He didn’t even have a chance to defend himself and the evidence was very small. There was no forensic evidence. A friend of Edward, a woman, came forward to say she was Edwards alibi for the time of the murder. Unfortunately a white man told her to get lost and mind her own business. The camera is very interested in this because it proved that Edwards’s trial was not fair and that racism (as in many cases) was involved. When all the evidence pointed towards a man called Charles Coleman, Clive decided to take a visit. Coleman appears to be very defensive, he pretends not to know Edward at first. He couldn’t remember where he was on the night of the crime. He got quite aggressive at one point and said: “Some people deserve to die,” and :Some people should die of horrible deaths.” Then there was laughter! He seemed to mention that he was a Vietnam veteran a lot, whenever death and killing came into it. The camera stays with Clive for the entire interview and when Clive comes out of Colemans flat he says “That guy did it, he is the one” The narrator of the documentary says “You are very certain” “Yes I am,” he replies. By this point we all trust Clive Stafford Smith because of his enthusiasm and confidence in Edward and his extreme belief that Edward Earl Johnson really was not guilty through out both documentaries. You see Edward’s memorial service with all his family, it is all very sad. With all the amount of flashbacks and talking to Edward’s family, I believe that not just Clive Stafford Smith, but also the camera crew all believed in Edward Earl Johnson’s innocence and that is why the documentary seems to be so anti-capital punishment. The way they are around Edwards’s family and how they were with Edward just shows why the documentary was made. At the end of the sequel, Samual Johnson says “I still try to love and care.” and “Hate perpetinates hate!” The only appeal was hope. Both of these documentaries carried out the message: “Innocent people can die.” The statistic that came up on the screen many times:- You are four times as likely to get the death sentence if you are a black who killed a white as a white man who is convicted of the same crime. If you were rich, you were more likely to get let off the death sentence more than a poor person was. From the documentaries you could see that death row is a cruel place which is torture alone and not only does the prisoner suffer for the time he/she is in there but so does their family and friends who are behind them. It must be hard on the prison staffs who become close to them, at the end of their sentence they have to kill him/her.



woensdag 24 augustus 2011

Vaticaan vergeeft John Lennon














Vaticaanstad, 24, nov.

De Osservatore Romano,
de krant van Vaticaanstad en de spreekbuis van de paus, heeft na 42 jaar vergeving geschonken aan John Lennon voor zijn uitspraak in 1966 dat de Beatles beroemder waren dan Jezus Christus. Lennon stelde dat in een kranteninterview vast als een feit en niet als een mening.

De Osservatore Romano zegt dat het gesnoef was van een jongeman, die was opgegroeid met de legendarische Elvis Presley en rock-‘n’-roll en die worstelde met zijn plotselinge roem.
De uitspraak van John Lennon, die in 1980 in New York werd vermoord, veroorzaakte vooral in de Verenigde Staten diepe verontwaardiging. Platen van de Beatles werden door boze christenen verbrand.
In een artikel dat zaterdag verscheen ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van The White Album van de Beatles, werd de popband geprezen. „Een feit blijft dat 38 jaar na de opheffing van de Beatles, de songs van het merk Lennon-McCartney een buitengewone weerstand hebben getoond tegen het verglijden van de tijd. Ze zijn een bron van inspiratie voor meer dan één generatie popmusici geweest.”
Ook Radio Vaticaan besteedde vorige week aandacht aan The White Album. Volgens deOsservatore Romano toont The White Album aan hoe creatief de Beatles waren in vergelijking met, zoals de krant zegt „ de gestandaardiseerde en stereotype songs die tegenwoordig worden geproduceerd.”
De dubbel-lp The White Album bevatte songs als Back in the USSR, Obladi Oblada, Martha my dear, Julia, Sexy Sadie, Happiness is a Warm Gun en While my guitar gently weeps .

woensdag 27 juli 2011

The Borg have reached planet earth

... Unless you don't understand...


... Some people are late in understanding things....



maandag 11 juli 2011

zondag 10 juli 2011

donderdag 9 juni 2011

dinsdag 3 mei 2011

Ron Mueck


Ron Mueck is een Australisch beeldhouwer, bekend van onder andere "Pregnant Woman". Tegenwoordig werkt hij vanuit Engeland. Ron Mueck maakt sinds 1996 hyperrealistische beelden in moderne materialen, combinaties van siliconen en fiberglas, bijvoorbeeld portretten van baby's, een hoogzwangere vrouw, een moeder met kind, van mensen in verschillende stadia van ouderdom en zelfportretten, maar niet in dezelfde grootte: hij maakt beelden in diverse afmetingen, van minuscuul tot zeer groot. Daarbij gebruikt hij veel realistisch materiaal, bijvoorbeeld kippenvel, adertjes en haartjes. Zijn Duitse ouders waren speelgoedmakers van beroep en emigreerden naar Australië. Door het speelgoed heeft hij zijn inspiratie verkregen. Zonder verdere opleiding deed hij zijn vaardigheden op door te werken als etalagist. Hij werd al snel een bevlogen technicus in de animatronica, het bewegen van poppen en andere modellen door middel van computers. Hiermee werkte hij mee aan verschillende kindertelevisieprogramma’s en films. In 1986 deed hij de special effects van Labyrinth, een fantasiefilm metDavid Bowie. In de film had hij zelfs een klein bijrolletje. In 1990 begon hij een eigen productiehuis om modellen te maken voor de Europese reclamewereld.


Onderwater kunst


Eén van mijn favoriete kunstenaars. Een combinatie van een briljant, gewaagd idee in een uiterst knappe uitvoering. 

Jason de Caires Taylor’s underwater sculptures create a unique, absorbing and expansive visual seascape. Highlighting natural ecological processes Taylor’s interventions explore the intricate relationships that exist between art and environment. His works become artificial reefs, attracting marine life, while offering the viewer privileged temporal encounters, as the shifting sand of the ocean floor, and the works change from moment to moment.

Weetjes

Nog meer weetjes


Onvoorstelbaar hoe ze het innerlijk van een cel hebben weergegeven. Dit valt niet uit te leggen door middel van letters en afbeeldingen. Dit moet je zien.

woensdag 23 maart 2011

'We willen er zo graag toe doen'

26/02/11, VK



'De vraag naar hulp is bodemloos, er is geen grens. Het leven brengt nu eenmaal met zich mee dat er tegenslag is, dat je soms verdrietig en wanhopig bent. Vroeger loste je dat op in de familie of de kerk, tegenwoordig is het allemaal geprofessionaliseerd en zoekt men daar hulp voor. En een bijpassend etiket.'


'Wat nu geweldig in is, zijn al die dingen die op meditatie berusten, mindfulness enzo. Iemand verzint een etiket, en dan wordt zoiets meteen een hausse. In dat opzicht is de psychotherapeutische industrie geen haar beter dan de farmaceutische industrie. Daar verander je iets in een molecuul en hop, je hebt een nieuw medicijn. Psychotherapeuten variëren wat op een oude techniek en hop, iedereen loopt er achteraan. Het zijn modes hè. Alles is altijd eb en vloed, dingen komen en gaan, mensen willen op een bepaald moment iets nieuws, en na een tijdje is het nieuwe oud en wil je weer iets anders.'



Frank Koerselman (63) is hoogleraar psychiatrie en psychotherapie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht, en werkt daarnaast in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam als hoofd van de psychiatrische afdeling. Afgelopen week werd bekend dat het aantal studenten dat een beroep doet op psychologen, de laatste jaren groter wordt. Het past binnen de bredere trend van een almaar toenemende vraag naar psychologische hulp. Die is groter dan ooit, en blijft volgens Koerselman nog wel even groeien. En er zullen telkens nieuwe technieken en methoden bijkomen, meent hij, al komen ze uiteindelijk allemaal op hetzelfde neer.



'Als je wat ouder bent, heb je alles al twintig keer langs zien komen. In mindfulness zit heus wel een nuttige kern, namelijk dat je je ook op het hier en nu kunt concentreren. Maar of je daar dan het boeddhisme bij moet halen en dat soort dingen, daar heb ik grote twijfels bij. Dan krijg ik wel erg een déjà vu van de jaren zeventig, toen iedereen op matjes zat te mediteren.



'Die golfbewegingen zijn ook wel weer leuk. In de jaren zestig en zeventig was het een en al gepsychologiseer en naar de maatschappij kijken; vervolgens begon iedereen - ik ook hoor - zich bezig te houden met de hersenen, de hardcore. Nu zijn we twintig jaar verder en concluderen we dat de focus op het brein niet oplevert wat we verwachtten.



'Neem schizofrenie, waarover in de psychiatrie nu volop wordt gediscussieerd. In de jaren tachtig zei mijn toenmalige opleider, professor Kuiper: schizofrenie bestaat niet, het is allemaal psychisch. Vervolgens kwam er een periode waarin we schizofrenie als een duidelijke hersenziekte beschouwden. En nu staan er opnieuw mensen op, zoals de psychiater Jim van Os uit Maastricht, die roepen dat schizofrenie niet bestaat, dat het een psychosociaal fenomeen is.'



'De kritiek op Dick Swaab is dat hij doorslaat, en die kritiek deel ik wel. Als Swaab zegt: alles zit in de hersenen, heeft hij op zich geen ongelijk, want zonder hersenen bestaan we niet. Maar kun je daar vervolgens ook alles mee vatten? Dat denk ik niet. Het kan heel nuttig zijn om in het brein te kijken, maar een uitspraak als 'Alles zit in de hersenen' is net zoiets als 'Elk schilderij bestaat uit verf'. Dan mis je de stemming die een schilderij oproept. En dan mis je dus de beleving. Verklaren en beleven gaan vaak niet goed samen.



'Een voorbeeld: vroeger werd in de katholieke kerk de mis in het Latijn opgedragen. Mensen hadden geen idee waarover de pastoor het had, maar er was wierook, er werd gezongen: dat alles veroorzaakte een bepaalde sfeer en stemming. Bij het Tweede Vaticaans Concilie is men gaan zeggen: de mis moet in de gewone taal, mensen moeten begrijpen wat er wordt gezegd. Dat zijn de mensen ook gaan doen; maar de beleving is verdwenen.'



'Wat ik fascinerend vind, is dat we altijd in paradoxen leven: je wilt het een, en je krijgt het ander. De oplossing van vandaag is het probleem van morgen. In de jaren vijftig hadden we een samenleving die duidelijk hiërarchisch was georganiseerd, waarin iedereen zijn plaats kende. Op een gegeven moment ging dat knellen, wilden we ons bevrijden en kreeg je het individualisme. Nu gaan we ons afvragen of dat wel zo ideaal is geweest. Mensen hebben in zichzelf strijdige behoeftes, en de bevrediging van de ene behoefte gaat altijd ten koste van de bevrediging van de andere. Het leven is een kruisrak. Dus je¿'



'U zeilt niet? Een kruisrak wil zeggen: je zeilt tegen de wind in. Het leven is zeilen tegen de wind in, want je komt altijd problemen tegen. Je gaat een tijdje schuin de ene kant op, tot je vastloopt, en dan gooi je het roer weer om naar de andere kant.



'De afgelopen decennia zijn mensen bezig geweest hun behoefte aan autonomie en vrijheid te bevredigen, en dat is ten koste gegaan van het gevoel ergens bij te horen, van geborgenheid. En nu zie je dat botsen. Er is nog altijd de sterke liberale stroming die voor de indiviuele vrijheid gaat en voor zelfontplooiing, waarbij je alles zelf moet kiezen; tegelijk zie je dat mensen daar doodmoe van worden. Het lukt ze domweg niet.'



'Omdat autonomie nog wel de norm is. Wat eerst een behoefte was, is een eis geworden. Ik ben van de babyboomgeneratie, en ik weet nog erg goed hoe ik in de jaren zestig heel bewust meedeed aan de opstand tegen de toenmalige, gevestigde, patriarchale macht. Die macht moest van tafel. De demografische opbouw speelde natuurlijk ook een rol, je ziet hetzelfde nu in Noord-Afrika gebeuren: als er een overshoot is aan 20-jarigen, gaat de gevestigde macht tegen de grond, waar die ook zit.



'Vervolgens gingen de babyboomers zelf hun kinderen opvoeden, en wel volgens hún normen. Ze gingen tegen die kinderen zeggen: ik ga niet voor jou beslissen wat je moet doen, dat moet je zelf weten. Dat móet je zelf uitmaken. Vervolgens krijg je iets heel grappigs: je denkt wel dat je autonoom bent, maar eigenlijk pas je je aan de autonomienorm van je omgeving aan. Dus je bent helemáál niet autonoom. En zo ontstaat er weer een schaamtecultuur, net als in de jaren vijftig, maar dan anders ingevuld; als je niet aan de autonomienorm voldoet, als het je niet lukt daaraan mee te doen, ben je een loser. En dan moet er hulp worden gezocht, en een behandeling bepaald, en een etiket geplakt: want met een etiket is jouw falen niet meer schandelijk, maar wordt het een erkend probleem.



'Zo'n norm is heel dwingend. Dat zie je ook terug in het immigratiedebat. De enorme woede tegen een cultuur die nog wél patriarchaal en familiegericht is, komt voort uit het feit dat mensen zich bedreigd voelen in hun norm van nu. Marokkaanse meisjes kunnen nog zo vaak zeggen dat een hoofddoekje voor hen geen symbool van onderdrukking is, de critici weten het beter. De generatie van de autonomie zit nu zelf in de positie van de patriarchen die ze ooit omver hebben gestoten. Dat is zo ironisch.'



'De basisbehoeften van mensen en de vraag hoe die zich ontwikkelen, zijn in de jaren zestig mooi in kaart gebracht door Erik Erikson. De meest basale behoefte van ieder mens is geborgenheid, veiligheid. Als dat is bevredigd, ontstaat er een nieuwe behoefte, namelijk aan autonomie. Je wilt je losmaken, nee kunnen zeggen, je territorium afbakenen. Vervolgens wil je in een verticale rangorde een plaats krijgen en komt de pikorde in beeld: willen winnen, aandacht krijgen, gezien worden. En ten slotte ontstaat de behoefte aan identiteit; dat je weet wie je bent en waar je staat.



'De veronderstelling is dat je in een normale ontwikkeling al die fases doorloopt, en uiteindelijk een evenwichtige identiteit krijgt; je zit dan, zei Erikson, in een situatie van basic trust. Maar je ziet vaak dat ergens in de ontwikkeling een stoornis optreedt en er sprake is van basic mistrust. Als iemand dan op een extreme manier bezig is zijn autonomie te bewijzen, of voortdurend op erkenning uit is, dan heeft hij dat in een eerdere fase in zijn leven kennelijk niet goed ontwikkeld. Maar als ik vanuit een basic trust mijn autonomie bevecht, kan ik ook wel een tegenslag verdragen. Dan zal het eens niet lukkken: so what.'



'Nou, nee. Om de ontwikkeling goed te laten verlopen, moet er een evenwicht zijn in bevrediging én frustratie van behoeftes. Als er geen frustratie is, wordt er niet uitgedaagd. Dan leer je niet met tegenwind om te gaan. Je kunt iemand verwaarlozen; maar je kunt iemand ook verwennen. En kinderen verwennen, dat doen we tegenwoordig allemaal. Daarmee kweken we dus de generatie die gaat voor de onmiddellijke behoeftebevrediging, de generatie die geen tegenslag verdraagt. Dit is allemaal psychiatrische kennis uit de oude doos hoor, maar daar is tegenwoordig nauwelijks nog aandacht voor.



'De autonome mens van tegenwoordig, dat is de mens die doet wat hij wil. Maar vroeger hanteerde men daarvoor het begrip 'ik-sterkte', dat is het vermogen om je in het leven te kunnen handhaven. Dat houdt juist in dat je behoeftes níet bevredigt, dat je keuzes kunt maken, dat je hiërarchie kunt aanbrengen, dat je frustraties verdraagt. Autonoom ben je pas als je kunt afzien van directe behoeftebevrediging. Vroeger zei men: de dienst maakt een man van je. Waarom? Omdat je werd gefrustreerd. En dat maakte je sterker. Je had om diezelfde reden ook dingen als ontgroeningen, maar omdat niemand begreep wat daar echt de bedoeling van was, is dat vaak ontspoord. Nee, ik ben nooit ontgroend, ik vond dat een sadomasochistisch ritueel.'



'Uit een liberaal, a-religieus gezin. Ik had een broer, hij is overleden; ik heb nog een zus. Mijn vader was ingenieur, een echte, klassieke bèta. Een ambitieuze man met veel zelfdiscipline, die hoge eisen stelde, aan zichzelf en ook aan zijn kinderen. Complimenten bestonden niet bij ons thuis. 'Als ik niks zeg is het goed, en anders hoor je het wel', was mijn vaders opvatting. Ik heb een behoorlijk harde opvoeding gehad. Daar was ik toen niet gelukkig mee, maar achteraf ben ik er niet ontevreden over.'



'Ik ben altijd competitief geweest, ik wilde altijd winnen. Dat openbaarde zich al toen ik als kind van school naar huis fietste, dan moest ik sneller dan anderen zijn. Nu zou ik dat nog met de auto willen doen, als de pakkans niet zo groot was. Gelukkig kan ik ook goed tegen verliezen.'



'Het is niet te overschatten zo belangrijk. Waar het om gaat in het leven is: kun je tegenslag verdragen? Dat is wat we in de psychiatrie coping noemen: het vermogen om met tegenslag om te gaan. Kun je incasseren? Kun je alternatieven zoeken? Kun je relativeren? Dat is voor een deel aangeboren; maar je kunt het ook ontwikkelen of verbeteren. Door een goede opvoeding, of door psychotherapie. Want welke techniek of methode je ook gebruikt, in wezen is psychotherapie niets anders dan het niveau van coping te verbeteren.



'Er is in Amerika een prachtig, langdurend onderzoek geweest onder leiding van de psychiater George Vaillant. Die heeft ergens voor de Tweede Wereldoorlog een groep jongens van een jongensschool in kaart gebracht en ze de rest van hun leven gevolgd. Hij onderzocht ze onder meer op hun vermogen tot coping, en maakte een overzicht van rijpe en onrijpe vormen daarvan. Een rijpe vorm van coping is dat je tegenslag niet ontkent maar onschadelijk probeert te maken. Humor en relativering zijn rijpe vormen van coping. Onrijpe vormen van coping zijn negatieve dingen ontkennen, de werkelijkheid verdraaien.



'Uit dat onderzoek komt naar voren dat de duivel altijd op dezelfde hoop schijt. Geluk hoopt zich op en ongeluk hoopt zich op. Mensen zijn én ongezond én arm én worden in de steek gelaten; en vice versa. Heel onrechtvaardig. En de enige echte voorspeller voor geluk of ongeluk, is het vermogen tot omgaan met tegenslag. Degene die het beste kan omgaan met tegenspoed, heeft de meeste kans op voorspoed.'



'Precies. Frustraties kunnen verdragen, jezelf kunnen wegcijferen, solidair en trouw zijn: alles wat te maken heeft met het vermogen je behoeften te hiërarchiseren, dat zie je niet meer zo, mede omdat dat in de opvoeding geen rol meer speelt. Het gevolg is dat mensen sneller hulp vragen, sneller klagen en sneller hun rechten claimen.



'In de jaren zestig introduceerde Christopher Lasch de culture of narcissism. Een mooi begrip in relatie tot dat narcisme, is narcissistic entitlement: de idee ergens recht op te hebben op grond van je titel. De koningin heeft op grond van haar titel het recht door het rode stoplicht te rijden - heel oneerlijk en onjuist, maar zo is het wel. En aangezien tegenwoordig elk kind een koning of een koningin is, heeft elk kind het recht op alles. Ze ervaren niet meer de frustratie die er vroeger van nature was ingebakken - omdat je in armoede moest leven, of je spullen met twaalf broers en zussen moest delen, of omdat je ouders zo streng waren en het leven zo hard.'



'Ik verzet me er nog tegen. Voor mij voelt het niet goed. En dat heeft te maken met waar we het net over hadden, met die normen en waarden. Ik ben geneigd het leven meer te zien in de context van plicht, dan van recht. Ik zie het leven als een opdracht. Je moet er wat van maken, for better and for worse- en in dat for worse zit het hem . Natuurlijk zijn er grenzen aan wat je for worse moet verdragen. Ik wens niemand een vreselijke doodsstrijd toe. Maar er is nu eenmaal tegenslag, en daar zul je mee moeten copen. Zoals je geen recht hebt op het leven, zo heb je ook geen recht op de dood.



'Je kunt je verwachtingen van het leven als je 50 bent, niet meenemen naar als je 80 of 90 bent. Ik ben op een leeftijd - 63 - dat ik weet dat mijn actieradius zich over een tijdje gaat inperken, dat ik nog meer lichamelijke ongemakken krijg dan nu, dat mijn wereld steeds kleiner wordt. Straks is mijn wereld misschien een kamertje in het verpleeghuis. Maar de wereld is zo groot als je kunt overzien, en het is dus allemaal heel relatief.



'Zo'n levenseindekliniek, dat is dan voor mensen die 'klaar zijn met leven'. Ik kan daar niet mee uit de voeten. Ik ben psychiater, ik geloof niet automatisch wat mensen zeggen. Als je goed doorluistert, hoor je achter 'Ik ben de kinderen tot last ' de zin 'De kinderen vinden alles belangrijker dan mij.'



'Ja en nee. Ik ben medicijnen gaan studeren omdat ik dokter wilde worden, en dat voel ik me ook. Toen ik me ging specialiseren in psychiatrie, waren psychiaters niet echt dokters. Het was een praat- en hulpverleningsvak. Als ik in mijn vak een rol heb gespeeld, is het dat ik eraan heb bijgedragen dat het weer een doktersvak is geworden.



'Maar vervolgens zijn we erg uit het oog verloren waar de psychiatrie over gaat - over zieke gedachten, gevoelens en verlangens. We kijken helemaal niet meer naar de inhoud daarvan, we turven symptomen en stoppen iemand vervolgens in een zorgprogramma. In die zin is het vak er helemaal niet leuker op geworden. Het is stukwerk, en dat is me een gruwel. Het gaat alleen nog maar over maten en getallen en de afrekening daarvan, allemaal pseudocriteria waarmee we dingen willen vastleggen. Dat is een massale dwangneurose. De dokters verliezen de aandacht voor het individu.'



'Toen ik studeerde had je die psycho- somatische beweging in Nederland, met mensen als professor Groen en professor Bastiaans, die beweerden dat alles tussen de oren zat. De mensheid bestond uit a- en b-typen, een maagzweer was het gevolg van opgekropte emotie. Dat is gelukkig allemaal niet zo gebleken. Een maagzweer komt van een bacterie.



'Maar tussen het psychische en het lichamelijke zit een intermediair in de vorm van stress. Stress is het gevoel ergens niet tegen opgewassen te zijn. Stresshormonen beschadigen het lichaam, dat is inmiddels wel bewezen. En als het hart wordt beschadigd door stress, moet je het hart behandelen, maar je kunt soms eerder al zeggen: laten we proberen de stress te verminderen.'



'Ook bij iemand die voor zijn gevoel wordt ondergewaardeerd, komt het allemaal aan op het vermogen tot coping. Wie een baan onder zijn niveau moet accepteren, kan twee dingen doen. Hij kan zijn verlies nemen en dingen ernaast gaan doen die hem wel bevredigen; of hij kan blijven hangen in boosheid en tegen zichzelf klagen van 'Ze schatten me niet op de juiste waarde, ze zien niet hoe goed ik ben!' Soms kan in zo'n geval de harde aanpak erg helpen. Dan zeg je: 'Kijk eens wat je aan het doen bent? Je vindt jezelf zo goed dat je je miskend voelt; maar waar haal je dat vandaan, dat je zo goed bent? Wat heb je dan gepresteerd? Als je zo goed was geweest, dan had je wel gezeten waar je wilt zitten, niet dan?' Zo'n confrontatie kan iemand uit zijn zelfbeklag halen. Maar dat kunnen veel mensen niet aan.'



'We leven een rechtencultuur. De rechten van de mens, van het kind, van het dier. Ik zou er voor zijn om morgen het woord 'recht' door te strepen. Het gebrek aan zelfrelativering, dat is het kenmerk van deze tijd. Al dat twitteren en bloggen: alsof het er íets toe doet wat jij vindt. Who cares?'



'Jawel. Je neemt ruimte in. Je bent onbescheiden. Je maakt je te groot. Het is in de spiegel kijken en denken: gut, wat ben ik toch belangrijk. Al die tijd die je aan twitteren besteedt, had je ook nuttiger kunnen besteden.



'We willen er zo ontzettend graag toe doen, daar kunnen we geen genoeg van krijgen. U kent toch wel die bekende grap: genoeg over mij gepraat, laten we het over jóu hebben. Wat vind jij van mij?'



'Natuurlijk, ijdelheid is normaal, ambitie is ook normaal. Het gaat altijd om evenwicht. En het slaat nu door. De Romeinse keizers hadden iemand op hun praalwagen staan die 'memento mori' in hun oor fluisterde. Niet dat het veel hielp, maar toch. Er moet iemand zijn die je voorhoudt: wie denk jij wel dat je bent? Dat wordt tegenwoordig te weinig gezegd.'